Veel mensen denken dat al hun voorouders ook zichtbaar zijn in hun DNA. Dat klinkt logisch, maar zo werkt het niet helemaal.
Bij familieonderzoek is er namelijk een verschil tussen genealogische familie en genetische familie.
Je stamboom groeit snel
Iedereen heeft twee ouders, vier grootouders, acht overgrootouders en zestien betovergrootouders. Met iedere generatie verdubbelt het aantal voorouders.
Genealogisch gezien zijn al deze mensen onderdeel van jouw familiegeschiedenis. Zij hebben allemaal bijgedragen aan het ontstaan van jouw stamboom.
Niet iedere voorouder laat DNA achter
Met DNA werkt het anders. Bij elke generatie wordt het DNA opnieuw gemengd voordat het wordt doorgegeven aan de volgende generatie.
Je kunt dit vergelijken met een spel kaarten dat telkens opnieuw wordt geschud. Bij iedere generatie verdwijnen er kaarten uit het spel en worden andere kaarten doorgegeven.
Daardoor kan het gebeuren dat een voorouder uit de zesde of zevende generatie wel in jouw stamboom staat, maar geen meetbaar DNA meer aan jou heeft doorgegeven.
Wel familie, maar geen DNA-match
Dat betekent dat iemand genealogisch gezien nog steeds familie van je kan zijn, terwijl er genetisch geen aantoonbare verwantschap meer bestaat.
Dit verklaart ook waarom sommige verre neven en nichten geen DNA-match met elkaar hebben, ondanks dat zij dezelfde voorouders delen.
Tot slot
DNA is een krachtig hulpmiddel bij familieonderzoek, maar het vertelt niet het hele verhaal. Je stamboom bevat veel meer voorouders dan alleen degenen van wie je nog DNA hebt geërfd.
Daarom vullen genealogisch onderzoek en DNA-onderzoek elkaar zo mooi aan. Samen geven ze een completer beeld van je familiegeschiedenis.
Loop je vast bij het interpreteren van DNA-resultaten of stamboomgegevens? Neem gerust contact op via papavan.nl of mail naar info@papavan.nl. Ik help je graag verder.

Geef een reactie