Waarom je niet al het DNA van je voorouders erft (1)

In de vorige blog ging het over hoe leeftijd kan helpen bij het bepalen van de juiste verwantschap. Maar er is nog een belangrijk principe dat vaak voor verwarring zorgt in DNA-onderzoek: je erft niet van al je voorouders DNA.

Dat klinkt misschien vreemd — je stamt toch van al je voorouders af? Dat klopt. Maar genetisch werkt het net iets anders.

Hoe DNA wordt doorgegeven

Van elke ouder krijg je ongeveer 50% van je DNA. Van je vier grootouders krijg je gemiddeld 25%, van je acht overgrootouders ongeveer 12,5%, en zo gaat het steeds verder.

Maar hier zit een belangrijk detail: dit zijn gemiddelden.

Door het proces van recombinatie (het “mengen” van DNA bij elke generatie) wordt je DNA telkens opnieuw verdeeld. Daardoor kan het gebeuren dat je van sommige voorouders:

  • meer DNA erft dan gemiddeld
  • minder DNA erft
  • of zelfs helemaal geen DNA meer erft

Wanneer verdwijnt DNA van een voorouder?

Hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe groter de kans dat je geen DNA meer hebt van een specifieke voorouder.

Globaal geldt:

  • Tot ongeveer 4 à 5 generaties terug heb je van vrijwel alle voorouders nog DNA
  • Rond 6 tot 7 generaties begint het “verdwijnen” van DNA van bepaalde voorouders
  • Vanaf 7 à 8 generaties is het heel normaal dat je van een deel van je voorouders helemaal geen DNA meer hebt

Dat betekent dat iemand wel degelijk jouw voorouder kan zijn, zonder dat je daar nog genetisch bewijs van terugziet.

In het volgende deel ga ik uitleggen wat dit concreet betekent voor je DNA-matches en waarom je soms familie “mist” in je resultaten.

Loop je vast omdat je bepaalde familie niet terugziet in je DNA-matches? Of wil je weten hoe je dit soort “missende schakels” kunt opvangen in je onderzoek?
Neem gerust contact op via papavan.nl of mail naar info@papavan.nl. Ik help je graag verder met jouw familiepuzzel.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *