In de vorige blogs heb ik laten zien hoe DNA-matches je kunnen helpen om familieverbanden te ontdekken. Vaak kijken mensen daarbij eerst naar één getal: het percentage DNA dat je met iemand deelt, of het totaal aantal centimorgans (cM). Dat is zeker belangrijk. Maar er is iets dat nóg belangrijker is, namelijk, de grootte van de DNA-segmenten die je deelt.
Wat bedoelen we met DNA-segmenten?
Ons DNA bestaat uit lange strengen. Wanneer je een DNA-match hebt, betekent dat dat jullie bepaalde stukjes van die DNA-streng exact hetzelfde hebben geërfd van een gezamenlijke voorouder. Die stukjes noemen we segmenten. Soms deel je één groot stuk DNA met iemand. Soms deel je juist veel kleine stukjes. En daar zit een groot verschil in betekenis.
Als je een groot DNA-segment deelt met iemand, is de kans groot dat jullie dat stuk hebben geërfd van een relatief recente gezamenlijke voorouder. Denk bijvoorbeeld aan een neef of nicht, achterneef of -nicht of een overgrootouder die jullie delen. Hoe groter het segment, hoe betrouwbaarder de match.
Kleine segmenten is oppassen.
Bij kleine DNA-segmenten wordt het lastiger. Kleine stukjes DNA kunnen namelijk ook ontstaan door toeval. Dat noemen we ook wel toevallige matches of false positives. Je deelt dan een stukje DNA, maar niet omdat jullie een recente gezamenlijke voorouder hebben. Het is simpelweg een overeenkomst die al heel ver terug in de tijd is ontstaan. Dat maakt kleine segmenten minder betrouwbaar voor genealogisch onderzoek.
Als vuistregel kun je het volgende aanhouden: kleiner dan 6 cM → grote kans op toeval; 6–10 cM → mogelijk, maar voorzichtig interpreteren; 10+ cM → meestal betrouwbaar; 20+ cM → sterke aanwijzing voor een echte familieband. Veel ervaren onderzoekers kijken zelfs pas echt serieus naar segmenten vanaf ongeveer 10 cM of hoger.
Een voorbeeld: Stel dat je een match hebt met 40 cM totaal gedeeld DNA. Dat klinkt interessant. Maar als dat bestaat uit acht kleine segmenten van 5 cM, dan is het minder betrouwbaar dan één segment van 40 cM. Met andere woorden: niet alleen hoeveel DNA je deelt telt, maar vooral hoe je het deelt.
Terug naar de praktijk
In het onderzoek naar de onbekende vader waar ik eerder over schreef, waren juist de betrouwbare segmenten bij achterneven en -nichten cruciaal. Niet de hoeveelheid kleine matches, maar de consistente, grotere segmenten gaven richting aan het onderzoek. Dat is ook meteen een belangrijke les: focus niet op álle matches, maar op de juiste matches.
Tot slot
DNA-onderzoek is geen simpele optelsom van cijfers. Het is een puzzel waarbij je moet begrijpen wat de data écht betekent. Segmentgrootte speelt daarin een sleutelrol. Door beter te kijken naar de kwaliteit van matches, in plaats van alleen de hoeveelheid, kun je veel gerichter en betrouwbaarder onderzoek doen.
Heb je vragen over jouw DNA-matches of wil je hulp bij het interpreteren van segmenten en cM-waarden? Neem gerust contact op via papavan.nl of stuur een mail naar info@papavan.nl. Ik help je graag verder bij het ontrafelen van jouw familieverhaal.

Geef een reactie